Neejten: 3 lichamelijke kunstwerken
Als mijn vleugels verstarren, wil ik niet vallen, niet opstijgen. Graag wil ik blijven woelen, niet in een vogelkastje eindigen. Ik wil me verspreiden als twijgen of het nest zijn op een kromme tak van de boom waarin een schommel hangt. Liefst waar het kind woont dat steeds een tak hoger klimt, ook al mag hij dat niet. Zou ik het leed – van iemand na mij – in enigermate kunnen huizen? Kan er ook maar één zich genesteld voelen in mijn restanten?

Uit zichzelf bestaat er geen leegte, geen afwezigheid. Wij maken gaten in dit bestaan, die we dan weer vullen met lawaai. We voeden kinderen op met echo’s van hun gedrag. Ofwel alles, ofwel niets. Er is geen ruimte voor een lacune waarin we nog samen zijn.

Soms breekt een kind af van zijn omgeving. Een navelbreuk. Het vel te zwak of te dun om de massa te dragen. Het zoekt de stilte op, waarin hij zich nog kan bewegen. Hij rijgt afgeknipte strengen aan elkaar, komt nu en dan iemand tegen die stil is. En ze zwijgen nooit.
ze ontzagen
het massief
van een beschaving
zijn ruggenmerg leek
achtergelaten, was
onbewoonbaar
uit de haarvaten
kwam nog geen
weelde aan jongen
geklommen
hun hoofd
door het ravijn
en dit landschap
de poncho
Neejten

Neejten (2004-2025) vulde zijn dagen voornamelijk met het schrijven van poëzie en het maken van tekeningen. Het lichaam is intens aanwezig in zijn werk, aangetast of net in verbinding met een ander, ergens tussen leven en dood. Hij zette druk op zijn potloden, mengde de kleuren op het blad. Neejten was niet altijd in staat om te spreken, zeker niet gedurende zijn psychiatrische opnames, die hem bijkomend hebben beschadigd. Toch echoot zijn stem in wat hij heeft gemaakt de laatste jaren, toen hij wel op een zachte manier omringd werd. Hij verbleef op de GooikenShoeve, waar hij kon vertragen en verbinding vond met zowel dier als mens.