Meisje doet een radslag
Ervaringen

Jong, verslaafd en op zoek naar grip

Over hoe jongeren worstelen, hulpverleners balanceren, en drugs verzwaren

20 min Still 17

Nieuws over druggebruik bij jongeren doet ons snel denken aan cannabis. Maar hun middelengebruik wordt diverser en zwaarder. Nieuwe trends zoals synthetische cannabis in vapes en combinaties van verschillende drugs zorgen voor een complex landschap waar jongeren soms al op jonge leeftijd in vastlopen. Wij spraken met jongeren Jonas* en Tim* en hulpverlener Joris en ervaringsdeskundige Lisa* verbonden aan het Residentieel Kortdurend Jongerenprogramma (RKJ) van De Sleutel in Eeklo. Ze hebben het over de risico’s, de invloed van hun omgeving, en de manier waarop structuur, begeleiding en motivatie helpen om grip te krijgen op hun verslaving. Een boeiend gesprek met 4 mensen die hun ervaringen delen met ons en met elkaar.

Redactie: Lien Kerff, fotografie: Sander Buyck en Filip Erkens

We zitten samen met Joris Cracco, afdelingshoofd van de werking voor minderjarigen bij De Sleutel, om te begrijpen hoe zo’n begeleidingstraject eruitziet en waarom een specifieke aanpak voor jongeren zo belangrijk is. “Het aanbod voor volwassenen is veel groter, maar dat kun je niet zomaar kopiëren: een adolescent is geen kleine volwassene”, vertelt hij terwijl hij rustig in een zeteltje naast twee jongeren zit, die hij daarnet uit de les heeft gehaald. “Uitzonderlijk mag dat hè, zoals voor dit interview”, lacht hij. De jongeren zijn Tim* en Jonas*, en ze glimlachen naar iedereen in ons groepje van 5 personen. Ze zien eruit zoals jongeren eruit zien: ze lachen, geeuwen eens, lijken af en toe kattenkwaad uit te halen. Als ze straks beginnen te vertellen over welke drugs ze jarenlang gebruikt hebben, hoe ze hun dagen doorbrachten, hoe ze een schooljaar continu onder invloed waren, hoe er problemen met dealers ontstonden, denk je dat ze het over iemand anders hebben. “Het ging echt bergafwaarts. Thuis waren er conflicten, op school en bij de voetbalclub merkten ze mijn achteruitgang: verminderde kracht, conditie en motivatie. Ik was niet geslaagd voor mijn examens, zat constant onder invloed.” Deze 16- en 17-jarige, die nog een heel leven voor zich hebben, verblijven hier vrijwillig in het RKJ. Ze voeren een moedig gevecht en spreken wijze woorden over hoe ze van hun verslaving proberen af te geraken.

Ook Lisa* vervoegt ons interview. Nog iemand die je niet anders kan dan bewonderen vanwege haar kijk op het leven na een zware verslaving. Zij is intussen een dertiger, en verbleef als 16-jarige in het RKJ. Met vrolijke, nieuwsgierige ogen en een heldere, goed doordachte mening, heeft zij haar ervaringen omgezet in iets positief. Zij werkt nu als ervaringsdeskundige en begeleidt jongeren binnen De Sleutel én volwassenen bij Zorggroep Multiversum. “Toen ik clean was en mijn leven opnieuw begon op te bouwen, wilde ik iets doen met alles wat ik had meegemaakt. Ik wilde dat het niet allemaal voor niets was geweest.”
Ze verduidelijken waarom er aandacht moet zijn voor jongeren en hun verslaving: aanpakken voordat het escaleert. “Pas toen ik al een maand in opname was, besefte ik dat ik aan harddrugs verslaafd was. Daarvoor dacht ik dat het recreatief was.”

*Namen zijn geanonimiseerd om de privacy te beschermen.

SPICE

Welke verslavingsproblemen zie je het meest bij jongeren vandaag? Zijn er nieuwe trends waar je je zorgen over maakt?
Joris: “Wij zien hier vooral jongeren die al serieuze problemen hebben met middelengebruik, dus ik kan niet spreken voor alle jongeren. De meesten gebruiken cannabis, tegenwoordig vaak synthetische cannabis via vapes. Veel van hen zijn polygebruikers en combineren verschillende middelen. De trends verschillen per regio en fluctueren. Mefedrone, ook wel miauw miauw genoemd, is bijvoorbeeld populair. Zeer zware middelen zoals heroïne of flakka zien we hier zelden, en ook alcohol komt weinig voor. Vaak gebruiken jongeren andere middelen in plaats van alcohol, omdat alcoholverslaving langzaam opbouwt.
Cannabis is dus de rode draad, vaak in combinatie met mefedrone (waarvan de effecten gelijkaardig zijn als die van XTC en cocaïne, red.), speed, GHB (gamma-hydroxy-boterzuur, een verdovende drug, red.), ketamine (drug waarbij de gebruiker een scheiding tussen geest en lichaam ervaart, red.) of lachgas.”

Welke middelen gebruikten jullie?
Tim: “Ik gebruikte vooral veel cannabis, mefi (mefedrone, red.) en ketamine. Ook coke en speed kwamen erbij.”
Jonas: “Het begon bij mij met cannabis, later THC (tetrahydrocannabinol, de belangrijkste psychoactieve stof in cannabis, red.) in vapes. Toen dat niet genoeg was, ben ik overgestapt op Spice. Dat zijn synthetische stoffen.”
Joris: “Spice-vapes zien we nu inderdaad steeds vaker. Dat is zorgwekkend omdat de inhoud vaak onbekend is.”

Dus die vapes zijn een duidelijke trend en er wordt van alles ingestopt…
Joris: “Inderdaad.”

Verslaving is controleverlies, geen gebrek aan karakter. Ik vergelijk het vaak met een ruiter en een paard: een sterk paard is de verslaving, en je moet al een heel goede ruiter zijn om hem in bedwang te houden - Joris

KWETSBAAR

Wat zijn de belangrijkste risicofactoren voor verslaving bij jongeren?
Joris: “Dat is erg variabel. Vroeg beginnen met middelen verhoogt het risico op verslaving. Ook genetica en je omgeving spelen een rol: jongeren die opgroeien waar gebruik normaal is, zijn sneller geneigd zelf te gebruiken. Problemen in de ontwikkeling maken sommige jongeren kwetsbaarder, maar dat is niet deterministisch.”

Waren er bij jullie risicofactoren aanwezig?
Lisa: “Ik kreeg op latere leeftijd ADHD en ASS (autismespectrumstoornis, red.) gediagnosticeerd. Dat maakte mij als jongere waarschijnlijk kwetsbaarder. Ik begon met drugs rond mijn 13e: cannabis, XTC, speed, LSD – eigenlijk een beetje van alles.”
Tim: “Ik was nieuwsgierig en mijn thuissituatie was niet ideaal. Door te gebruiken, leek ik even te kunnen vluchten.”
Jonas: “Bij mij speelde nieuwsgierigheid ook mee, en mijn vrienden gebruikten ook. Na een paar keer proberen kocht ik het zelf, en vanaf dan ging het snel achteruit.”
Lisa: “Het begint vaak recreatief, uit nieuwsgierigheid of plezier met vrienden. Maar als er dingen in je leven niet goed lopen, wordt het een vlucht. Vaak besef je dat pas later.”
Tim: “Pas toen ik al een maand in opname was, besefte ik dat ik aan harddrugs verslaafd was. Daarvoor dacht ik dat het recreatief was.”
Lisa: “Je rationaliseert dat lang voor jezelf, terwijl het eigenlijk al problematisch is.”
Joris: “Jongeren voelen de nadelen vaak pas op lange termijn. In het moment lijkt het gebruik voordelen te bieden: je voelt je beter, je bent sociaal vlotter, je ervaart minder emoties.”
Tim: “Ja, met vrienden was het ook leuk: samen een joint roken of een lijn snuiven, naar raves gaan– alles was verbonden aan drugs.”

Het begint vaak recreatief, uit nieuwsgierigheid of plezier met vrienden. Maar als er dingen in je leven niet goed lopen, wordt het een vlucht - Lisa*

Is het moeilijker om jongeren bewust te maken van de risico’s van middelengebruik, omdat de gevolgen op jonge leeftijd vaak niet direct zichtbaar zijn?
Joris: “Ja, dat speelt zeker mee. Jongeren hebben een sterk lichaam dat nog volop in ontwikkeling is, waardoor ze fysiek vaak meer kunnen hebben. Bij regelmatig gebruik treden de schadelijke effecten vaak pas later op. In eerste instantie lijken de voordelen groter dan de nadelen, terwijl de data duidelijk laten zien dat ook hun fysieke gezondheid achteruitgaat. Ze merken dat alleen nog niet altijd.
Voor een dertiger die verslaafd raakt aan alcohol, kan het betekenen dat hij zijn werk, partner of huis verliest. Een jongere daarentegen lijkt in eerste instantie weinig te verliezen. Dat bewustzijn komt meestal pas later. Bovendien belanden veel jongeren in groepen waar gebruik normaal is, waardoor ze elkaars gedrag versterken.”

Hoe reageerde jullie omgeving?
Tim: “Ik luisterde niet naar vrienden die me probeerden te waarschuwen. Ik vond dat ze overdreven en geen echte vrienden waren.”

Verlies je dan vrienden? En komt dat nog goed?
Jonas: “Toen mijn verslaving verergerde, kon ik soms maar moeilijk praten, eigenlijk moeilijk functioneren in het algemeen. Dus mijn vriendschappen vervaagden. Maar toen mijn vrienden later merkten dat ik moeite deed om mijn verslaving aan te pakken, zijn er gelukkig wel wat breuken hersteld.”
Joris: “Vaak vernauwt je vriendenkring. Je hebt vooral nog vrienden die ook gebruiken, waardoor het gebruik versterkt wordt en je wereld kleiner wordt. Uit onderzoek blijkt dat een afwijzende omgeving juist helpt om te stoppen; zulke jongeren zijn beter beschermd.”

SAUS

Wat doen jullie bij het Residentieel Kortdurend Jongerenprogramma (RKJ), vanaf het moment dat een jongere binnenkomt?
Joris: “Onze werkwijze is: wij nemen eerst de controle over en geven die geleidelijk terug aan de jongere. Een verslaving is namelijk een gebrek aan controle: je bent de slaaf van je gebruik. Controleverlies is geen gebrek aan karakter. Ik vergelijk het vaak met een ruiter en een paard: een sterk paard is de verslaving, en je moet al een heel goede ruiter zijn om hem in bedwang te houden. Een iets minder sterke ruiter raakt al snel in de problemen. En die ruiter kan minder sterk zijn door bepaalde kwetsbaarheden – erfelijke factoren, omgeving, traumatische ervaringen.
Dat wij de controle overnemen, betekent in de praktijk dat de jongeren de eerste weken niet naar huis mogen, dat wij grenzen en structuur opleggen, en dat ze hier niet kunnen gebruiken. We creëren een strikte omgeving waarin middelengebruik niet toegestaan is: we fouilleren, voeren urinetests uit… Tegelijkertijd bieden we hulp en zoeken we hun hulpvraag. Vaak is die aanvankelijk beperkt, zoals “laat me gerust” (lacht), maar we ontdekken snel problemen thuis, op school of in andere levensdomeinen. Ouders betrekken we hier ook bij, want vaak hebben zij ondersteuning nodig.
We bieden individuele begeleiding en groepstherapie.  We bekijken samen werkpunten, school, vrienden, en geven psycho-educatie over verslaving en risico’s op herval. Sommige jongeren zijn nog niet overtuigd dat ze willen stoppen. Ze belanden meestal hier in het RKJ omdat iemand (ouders, school, jeugdrechtbank…) externe druk heeft uitgeoefend.
Jongeren van 16 à 17 jaar zijn bezig hun identiteit te vormen, en wij helpen hen tegelijk met bescherming, structuur en grenzen. Maar het is een moeilijke balans: enerzijds controleren, anderzijds de helpende hand bieden.”

Het is niet makkelijk. Je bent gewend je eigen gang te gaan, en hier moet je regels volgen. Elke week verloopt hetzelfde - Tim*

Dat klinkt uitdagend: van totale vrijheid naar een systeem dat volledige controle uitoefent…
Tim: “Het is niet makkelijk. Ik was gewend om te doen wat ik wou, en hier moet je regels volgen. Elke week verloopt hier hetzelfde. Terwijl ik voor mijn opname geen structuur in mijn leven had. Het is moeilijk, maar je moet het accepteren; je bent hier namelijk niet op vakantie.”
Jonas: “De eerste week is het zwaarst. Plots al die regels! Maar daarna helpt het groepsgevoel en de structuur. Het is soms stom, maar op lange termijn ben je dankbaar.”
Lisa: “Ik werd gedwongen om hier in opname te komen, maar nu kijk ik er als volwassene positief op terug. Het was een van de veiligste periodes uit mijn jeugd. Structuur heeft mij enorm geholpen, ook al besefte ik dat vroeger niet.”
Joris: “Het is normaal dat jongeren regels ‘stom’ vinden, maar die zijn er voor hun veiligheid en om het voor het personeel werkbaar te houden.”
Tim: “De regels leren je omgaan met een ‘nee’. Tijdens mijn gebruik bestond dat niet; toen maakten we van een nee een ja. Hier leer je het accepteren. Die regels… geen extra saus bij het eten! Om kwart voor 10 op je kamer…”(grijnst).
Jonas: “En de koekjeskast zit op slot!” (iedereen lacht).
Tim: “Het voelt streng, maar je leert ermee omgaan en uiteindelijk helpt het je.”

De therapie hier, in groep en individueel, is dat moeilijk?
Jonas: “Het zijn dingen die je normaal gezien niet doet, dus ik moest er wel aan wennen. Vooral praten over mijn gebruik vind ik moeilijk. Soms zijn de onderwerpen saai of gaat het over dingen die je al lang weet, maar het helpt wel om je verslaving goed te begrijpen.”
Joris: “Middelenmisbruik maakt dat gewone dingen saai lijken. Het beloningscentrum in de hersenen is overprikkeld geraakt, dus niets voelt aantrekkelijk. Jongeren moeten hier opnieuw aan wennen.”
Lisa: “Maar dat herstelt zich wel.”
Joris: “Ja dat herstelt zich wel, maar het kan tijd kosten voordat je weer plezier ervaart in gewone dingen.”
Lisa: “Inderdaad. Bij mij duurde dat zo’n zes maanden. Ik zat met vrienden op een terras en besefte rationeel dat het leuk was, maar voelde het niet. Na zes maanden kon ik weer genieten van dingen waar ik tijdens mijn gebruik niets aan had.”
Joris: “Ook daarom laten we sommige dingen bewust sober: één cola per week of geen extra saus. Zo leer je dat kleine beloningen echt iets kunnen betekenen. Iemand die sober leeft, waardeert kleine dingen meer.”

Jullie programma is kortdurend, een 6-tal maanden. Dat klinkt inderdaad kort…
Joris: “Voor ons is 5 à 6 maanden kort. Ter vergelijking: bij volwassenen duurt een programma vaak anderhalf jaar. Maar voor de jongeren zijn die paar maanden een grote investering. Jongeren hebben veel te doen op deze leeftijd: school afmaken, een toekomst uittekenen, leren onafhankelijk te zijn, een identiteit ontwikkelen… Het programma probeert al die aspecten mee in rekening te brengen. We bieden ziekenhuisonderwijs, quasi individueel, zodat ze na het programma weer kunnen aansluiten bij hun huidige school en geen schooljaar verliezen. Sommigen maken zelfs een inhaalbeweging op school. Tja, als je nuchter bent, kan je veel meer leren, hè… (glimlacht). We zijn heel blij als ze het programma afmaken. Ze moeten stoppen met middelengebruik en dat vraagt veel van hen. Wanneer het traject eindigt en de jongeren bij ons vertrekken, voorzien we ook nazorg.”

Hoe kijken jullie daarnaar: om na het traject terug naar school te gaan?
Tim: “Ik heb er niet echt zin in, maar ik zit in het zesde middelbaar en hoef nog maar een paar maanden les te volgen. De school heeft me een goed voorstel gedaan: ik moet enkel nog mijn hoofdvakken afmaken.”
Joris: “Veel jongeren zitten helaas schoolmatig onder hun niveau. Vaak zouden ze zeker ASO aankunnen, maar zitten ze in het beroepsonderwijs. Als ze weer op de rails zijn, kunnen ze meestal makkelijk terug aanhaken en een diploma halen. Het ziekenhuisonderwijs dat wij bieden in samenwerking met Stad Gent, levert grote verbeteringen in schoolprestaties op.”
Lisa: “Bij mij was dat anders; toen was er nog geen ziekenhuisonderwijs. Ik miste een half jaar school en had geen contact met de school. Toen ik terugkwam, mocht ik niet eens meer binnen, dus moest ik een nieuwe school zoeken. Dat was best heftig.”

BOLWASSING

Welke andere instanties worden betrokken in het traject van een jongere?
Joris: “Veel jongeren hebben al een heel parcours doorlopen voordat ze bij ons komen. We brengen in kaart wat eerder gewerkt heeft en wat niet, en proberen de banden met andere hulpverleners te behouden, zeker voor nazorg. Sommige jongeren kunnen na hun traject terug naar huis, anderen niet. We zorgen dat er iemand klaarstaat om de opvolging over te nemen en dat de jongere hulp durft te vragen als het moeilijk gaat.”

Is dat veel geëvolueerd door de jaren heen?
Joris: “Zeker. We hebben zelf veel moeten leren. Projecten zoals het onze – minderjarigen en middelenmisbruik – zijn zeldzaam, zelfs internationaal. Het aanbod voor volwassenen is veel groter, maar dat kun je niet zomaar kopiëren: een adolescent is geen kleine volwassene.”

Waarom is het zo moeilijk om jongeren te bereiken?
Joris: “Motivatie is moeilijk voor jongeren. Vrijwillig instappen in zo’n programma is niet vanzelfsprekend. Nochtans: vroeg hulp zoeken (of hulp opstarten) vergroot de kans op succes én beperkt schade. Je moet niet wachten totdat iemand al eens in de gevangenis heeft gezeten, voor je de hulpverlening start. Maar zoals ik al aanhaalde: jongeren zien hun probleem vaak niet en hebben soms heel wat externe druk nodig om zich te laten behandelen.”

Ik ben nu een maand clean. Dat is de langste periode in drie jaar dat ik clean ben gebleven. Daar ben ik trots op. - Jonas*

Jonas, hoe is het bij jou uiteindelijk gelukt?
Jonas: “Het ging echt bergafwaarts met mij. Thuis waren er conflicten, op school en bij de voetbalclub merkten ze mijn achteruitgang: verminderde kracht, conditie en motivatie. Ik was niet geslaagd voor mijn examens, zat constant onder invloed. Toen er ook nog problemen met dealers bij kwamen, besefte ik: nu moet het gedaan zijn. Ik wist dat ik opnieuw moest luisteren naar mijn ouders en mezelf weer vooropstellen. Uiteindelijk begon ik met hen te praten en stond ik open voor opname.”

Hoe lang zit je hier al?
Jonas: “Een maand en vijf dagen, en ik ben dus even lang clean. Dat is de langste periode in drie jaar dat ik clean ben gebleven. Daar ben ik trots op. Eerder lukte het maar een paar dagen of een week.”

Joris, hoe vinden de meeste jongeren en hun omgeving de weg naar jullie programma?
Joris: “De meesten komen hier terecht via het OCJ (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg - een gemandateerde voorziening die steeds werkt binnen vrijwilligheid. Als die vrijwilligheid ontbreekt of wegvalt en er blijft sprake van een verontrustende situatie kan het OCJ doorverwijzen naar een jeugdrechtbank, red.), de jeugdrechtbank, ouders, het CLB of andere hulpverleners. Vaak is er al een heel traject afgelegd. Eerst wordt meestal ambulante hulp geprobeerd zoals bij Jonas, maar voor minderjarigen die al diep in de verslaving zitten, is dat vaak niet genoeg. Bij beginnend gebruik kan ambulante begeleiding wel volstaan. Ik begrijp namelijk ook dat opname een grote en vaak beangstigende stap is. Maar als hulpverlening dragen we ook mee verantwoordelijkheid voor het gedrag van jongeren en de keuzes die ze maken. Soms moeten we dus beslissingen durven nemen in hun plaats. Dat is niet evident, want klassiek vertrekken we vanuit de hulpvraag van de cliënt. En die is er bij de jongeren vaak niet expliciet. Ook daar blijft het zoeken naar balans: begrip tonen, maar tegelijk duidelijk begrenzen.
Puur opsluiten werkt absoluut niet. Je moet soms sanctioneren, maar ook de hand blijven reiken. En soms bijten jongeren in die hand. Dat maakt het ook zwaar voor de opvoeders. Zij hebben veel ondersteuning nodig, want ook zij worden geraakt — iets wat jongeren zich vaak niet realiseren.”

Hebben jullie al eens gereageerd tegenover een opvoeder en later gedacht: “Oei, dat was misschien niet oké”?
Tim: “Ja, dat heb ik meegemaakt. Ik had een begeleider uitgescholden. Hij liet me toen even op mijn kamer zitten en kwam later terug. Zo kreeg ik de tijd om na te denken en daarna de kans om me te excuseren en het voorval te bespreken. Soms heb je niet volledig controle over wat je zegt; dan komt iets er spontaan uit dat je niet zo bedoelde. Maar ik kreeg nooit het gevoel dat de begeleider me daarna anders behandelde.”
Lisa: “Vroeger lag de focus veel meer op straffen. We kregen toen nog een bolwassing of moesten op het strafbankje als we iets verkeerd deden. Gelukkig is dat nu anders” (lacht).
Joris: Die beweging is al een tijd bezig. Het is wel een aanpassing voor hulpverleners. In een systeem waar straffen centraal staat, voelen zij zich vaak veiliger. Het is veel moeilijker, maar beter, om in gesprek te gaan met jongeren.”

Lisa, jij werd ook door je omgeving ‘gedwongen’ om in het programma te stappen. Met welke motivatie begon je hier?
Lisa: “De jeugdrechtbank gaf me de keuze: jeugdgevangenis in Beernem (Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Beernem, red.), of dit programma van De Sleutel. Mijn motivatie was simpel: ik wilde niet naar de gevangenis (lacht). Het RKJ was dus mijn minst erge optie. Ik was ook bang dat mijn verslaving in de gevangenis zou verergeren.”
Joris: “Externe druk kan soms effectief zijn. Motivatie is nooit stabiel; die kan dalen of stijgen. Bijvoorbeeld bij Tim, die op een moment wilde stoppen met het programma. Dan helpt motivatie gecombineerd met externe druk. Veel jongeren zijn ook bang voor opname; op die leeftijd is dat niet eenvoudig.”
Lisa: “Opname betekent ook dat je probleem ‘officieel’ wordt. Mensen in je omgeving weten dat je bent opgenomen en je bent bang voor hun reactie.”
Tim: “Ik wilde inderdaad stoppen met het programma, maar mijn ouders hebben veel druk gezet.”
Joris: “Voor ouders is dat ook een leerproces. Ze zijn soms boos of teleurgesteld, en willen hun kind terug zoals het was voor de verslaving. Ouders krijgen bij ons ook ondersteuning. Dat is essentieel: als de thuissituatie niet meewerkt, is de kans op terugval veel groter. Het is belangrijk dat jongeren kunnen vasthouden wat ze hier bereiken.”

PERSPECTIEF

Leer je hier veel over jezelf? Krijg je snel zelfinzicht, of komt dat pas jaren later?
Lisa: “Dat inzicht is bij mij eigenlijk pas jaren later gekomen. Ik ben na mijn traject nog hervallen. Tijdens een latere behandeling kwam ik in contact met een ervaringswerker, en toen dacht ik voor het eerst: dat wil ik ook doen. Ooit wil ik in zijn schoenen staan. Daarna ging dat een paar jaar uit mijn gedachten, maar alles wat ik tijdens mijn behandelingen geleerd had, heb ik wel meegenomen. Dat traject is dus heel waardevol geweest voor mij. Zelfs gewoon die structuur mogen ervaren, heeft me veel bijgebracht. Toen ik clean was en mijn leven opnieuw begon op te bouwen, wilde ik iets doen met alles wat ik had meegemaakt. Ik wilde dat het niet allemaal voor niets was geweest. Ik ging mijn ervaringen gebruiken om anderen te ondersteunen, als ervaringsdeskundige.”

Hoe ziet jouw werk als ervaringsdeskundige er in de praktijk uit?
Lisa: “Ik werk bij cluster Cadenza in het Psychiatrisch Ziekenhuis van Zorggroep Multiversum in Boechout, binnen de verslavingszorg en dubbeldiagnose voor volwassenen (het tegelijk hebben van een psychische aandoening en een verslavingsprobleem, red.). Daarnaast ben ik hier bij het RKJ actief als ervaringsvrijwilliger. Ik bied individuele en groepsondersteuning, denk mee bij moeilijkere casussen en leid externen rond. Mijn aanpak is vooral: niet oordelen, maar oprecht begrip tonen en inzetten op motivatie.”
Joris: “Ervaringsdeskundigen zijn soms geloofwaardiger, omdat ze het zelf hebben meegemaakt. Ze kunnen jongeren ook hoop geven. Sommige jongeren zijn de moed kwijt en denken dat ze nooit meer uit hun verslaving zullen raken.”

Hebben jullie het gevoel dat je soms beoordeeld wordt? Voel je soms schaamte?
Jonas: “Bij mij kwam schaamte vooral op het hoogtepunt van mijn verslaving, toen het echt begon te escaleren. Mijn vrienden konden stoppen met drugs wanneer ze wilden, maar ik bleef gebruiken terwijl zij al gestopt waren. Ik kon niet stoppen. Ik schaamde me daarvoor en probeerde te verbergen dat ik nog gebruikte.”
Joris: “We zien soms jongeren bij wie alle veiligheid wegvalt. Ze verliezen de controle over hun gebruik, belanden steeds dieper in criminaliteit en worden soms ook misbruikt in dat milieu. Dat creëert veel onveiligheid. Net daarom is veiligheid zo belangrijk in ons programma, en de structuur hier helpt om die opnieuw op te bouwen.”

Lisa, hoe gaat het vandaag met je? Zijn er nog risico’s om opnieuw verslaafd te geraken?
Lisa: “Ik gebruik niet meer. Af en toe drink ik een glas wijn, maar verder heb ik alle andere middelen volledig uit mijn leven gebannen. Ik weet dat als ik opnieuw in aanraking zou komen met drugs, dat me niet onberoerd zou laten. Het gezegde ‘eens verslaafd, altijd verslaafd’ resoneert echt voor mij. Daarom blijf ik er volledig van weg — dat voelt voor mij het veiligste.”

 

De Sleutel biedt zorg op maat aan mensen die problemen ervaren als gevolg van het problematisch gebruik van illegale drugs. Ook mensen in de onmiddellijke omgeving van de gebruiker kunnen bij hen terecht. 
Het RKJ is de werking van De Sleutel die zich specifiek richt op jongeren met een middelenverslaving. Deze afdeling is gelegen in Eeklo en biedt een breed scala aan mogelijkheden voor jongeren uit de verschillende Vlaamse provincies. 

www.desleutel.be

De Sleutel maakt deel uit van Evara: een organisatie die actief is in zorg, onderwijs, welzijn en sociale economie. Evara ondersteunt scholen en voorzieningen en bouwt aan een samenleving waarin iedereen kansen krijgt om te groeien en tot bloei te komen.

www.evara.be

Meer in dit thema

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte